IETS UIT DE GESCHIEDENIS VAN HET KERKGEBOUW HIER IN SIJBEKARSPEL
De kerk dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van de 12-de eeuw en was van oorsprong een vereenvoudigde uitgave van de Michaelskerk op Wieringen. Een kerkzaal oost-west, met aan de oostkant achter de preekstoel een iets lager en smaller koor. Naderhand in 18 I 5 afgebroken maar de fundering laat zich nog moeiteloos terugvinden evenals de aansluiting in de toen dichtgemetselde muur. De muren werden toen opgetrokken van tufsteen, door het lichte gewicht gemakkelijk aan te voeren en te verwerken. De stenen werden hier ter plekke op maat gezaagd; de afvalstukken werden gebruikt als opvulsel tussen buitenmuur en spouwmuur. Er zullen Romaanse vensters in gezeten hebben, zoals deze ook nog te zien zijn in sommige Friese kerkjes.

Naderhand, mogelijk in de 15-de eeuw, werd er een bakstenen toren met dito spits voorgezet. Ook deze overleefde de tand des tijds niet: in de 19-de eeuw werd zij vervangen door de huidige dakruiter. Ontwerp hiervan was van kantoor Waterstaat Medemblik; ook de pastorie naast de kerk was in 1840 van hun hand. In de 16-de eeuw was het dak waarschijnlijk aan een grondige vernieuwing toe en men nam gelijk de gelegenheid waar om de muren een meter hoger op te trekken om de huidige gotische ramen te kunnen plaatsen. Dat moet in 1547 geweest zijn getuige het jaartal in het sluitstuk boven de preekstoel. Vernieuwing en verandering alom in die periode!

Twintig jaar later hielden pastoor en parochianen het voor gezien en braken met de kerk van Rome. Het moet een tijd van verwarring geweest zijn op godsdienstig gebied: katholieken die hun tradities niet zomaar lieten varen, gereformeerden die zeiden: we zoeken het zelf wel uit, en een heel gedeelte doopsgezinden misschien wel als een stabiliserende factor daar tussenin. Gezamenlijk wisten ze de Spaanse troepen in de slag op de Zuiderzee en bij het beleg van Alkmaar buiten de deur te houden en dat legde West-Friesland beslist geen windeieren in die jaren.

In de 17-de eeuw vond een dominee, vers van de universiteit, dat het Mariabeeld met het kindje Jezus in haar armen toch eigenlijk niet thuishoorde in deze kerk. Het beeldje ging er dus uit en in de plaats daarvan kwamen de koperen kaarsenkronen. Ook de gesneden panelen van de preekstoel dateren uit die tijd: het wapen van Sijbekarspel in het midden en verder die van Hoorn, Enkhuizen, Medemblik en Alkmaar. De koperen doopboog is blijkbaar een geschenk geweest van de gemeentesecretaris in goeden doen in 1687, evenals de luidklok.

Voor die tijd was er ook al sprake van een klok, maar daar was kennelijk iets mee. De huidige klok werd in de bezettingsjaren met vele lotgenoten op transport gezet naar Duitsland om daar omgesmolten te worden voor de oorlogsindustrie... maar de spoorwagon vol werd in Groningen naar een onopvallende plek gedirigeerd en zo overleefde de klok dit avontuur. Het uurwerk dateert nog uit de tijd dat het eenvoudiger was om er één wijzer aan te zetten, alleen voor de uren. Niet zeuren over dat laatste kwartier: over een rustige tijd gesproken!

In 1728 tekende Comelis Pronk ook deze kerk. In opdracht van een Amsterdamse koopman trok hij heel Holland door om van ieder dorp en elke stad een tekening te maken. Het werd een aantrekkelijk plaatje, maar voor de juistheid moeten we toch wel een groot vraagteken plaatsen. Nergens, niet in de grond noch in de achtermuur zijn sporen terug te vinden van een verhoogd koor. Wel is er iets bekend over de werkwijze van Pronk: 's zomers trok hij het land door om schetsen te maken en 's winters werkte hij ze thuis uit en dat was nog wel eens zijn zwakke punt. Wist hij veel hoe of die dorpjes waar hij ooit eerder geweest was er nu precies uitzagen? Er zijn meer voorbeelden bekend van Pronk, waar hij het met de uitwerking niet zo precies nam... een kunstenaar hoeft niet persé een goed historicus te zijn!

Begin 19-de eeuw werd het koor achter de kerk afgebroken en de achtermuur dichtgemetseld, halfweg die eeuw deelde de stenen toren dat lot: de stenen begonnen los te zitten en reparatie vond men te duur. Toen werd de huidige dakruiter als vervanger op het dak gezet. Ook de buitenmuren van de kerk werden wrakkig, de tufsteen was voor een deel al ingeboet met baksteen en om het geheel weer toonbaar te maken werd de gehele buitenkant met cement bepleisterd. Wat ook geen blijvende oplossing was: bij de restauratie in de zestiger jaren van de 20-ste eeuw vond Monumentenzorg dat dat er toch weer af moest en zo kwam de oude muur weer tevoorschijn...nog rabbeliger als voorheen. Toen heeft men de muren maar omgemetseld met oude handgevormde steentjes. Dit ziet weer aantrekkelijk, maar het verhaal wat zo'n oude muur weet te vertellen is zo opnieuw weggestopt.

Ook de binnenkant kreeg een grondige beurt. Het doophek met zijn gietijzeren spijlen verdween en zo kwam er ruimte voor muziekuitvoeringen. En daar wordt nog steeds dankbaar gebruik van gemaakt. In den beginne door een commissie die zich inzette om door fondswerving de restauratie van het "Van Dam"-orgel mogelijk te maken. Dit instrument dateert uit 1883 en heeft nog zijn oorspronkelijke romantische toonzetting. Volgens kenners een juweeltje in zijn soort. Het lukte de commissie deze opgave tot een goed einde te brengen; op een feestelijke manier werd het orgel in 1998 weer in gebruik genomen.



Ook de kerk had weer een opknapbeurt gehad. De muren werden weer opnieuw bepleisterd en het houtwerk geschilderd. Er kwam weer een doophek, afkomstig uit Avenhorn en wel verplaatsbaar. En zo is de oude kerk met zijn rijke bouwgeschiedenis weer klaar voor de 21-ste eeuw. Eenmaal in de 4 weken kerkdienst en daar tussendoor muziekuitvoeringen georganiseerd door een groep enthousiaste vrijwilligers... beiden erop gericht om de mooiste gevoelens van de mensen, hetzij met woorden, hetzij met muziek, tot uitdrukking te brengen.

We zullen hopen dat dit eerbiedwaardige gebouw daarvoor nog heel lang een stimulerende functie mag vervullen.

Juli 1999 C.G.Stapel